Project

Beperken spoelwaterlozingen en gericht ontwikkelen bij open bodemenergiesystemen

Deze pagina is bijgewerkt op May 3, 2021
Beperken spoelwaterlozingen en gericht ontwikkelen bij open bodemenergiesystemen
Startdatum
01/01/2020
Einddatum
31/12/2022
Label
(Afval)waterhergebruik en resource recovery

Als Nederland in 2050 aardgasloos is, heeft circa 25 procent van de gebouwen een bodemenergiesysteem. Na aanleg en bij onderhoud van open bodemenergiesystemen (OBES) moeten de bronnen worden gespoeld en ontwikkeld. In het spoel- en ontwikkelwater zitten opgeloste en gesuspendeerde stoffen zoals kleideeltjes, ijzer, zout en resten boorspoeling. Lozing van dit water op oppervlaktewater of riolering is niet wenselijk omdat het de waterkwaliteit kan verslechteren. Vergunningverleners stellen steeds strengere eisen aan waterkwaliteit en maximaal debiet van de lozing. Dit probleem speelt in beperktere mate ook bij het onderhoud wanneer de put tijdens de gebruiksfase verstopt en geregenereerd moet worden. In dit project richten we ons op de ontwikkeling en het verifiëren van technieken om de hoeveelheid spoelwater bij een boring te verminderen en om de ontwikkeling van de put (feitelijk het schoonmaken tot een bedrijfsklare put) te verbeteren.

Technologie

Uit gesprekken met betrokken partijen zoals boorfirma’s, blijkt dat het met de huidige technieken lastig is om bij het ontwikkelen van putten lozingen te beperken. We zien de volgende nieuwe ontwikkelrichtingen als veelbelovend in het tegengaan van spoelwaterlozingen:

  • Toepassen van andere typen steunvloeistoffen tijdens het boren, in combinatie met hulpvloeistoffen bij het ontwikkelen van de bron.
  • Het verbeteren van de effectiviteit van mechanische ontwikkelmethoden die op dit moment bij de aanleg van OBES-bronnen doorgaans worden toegepast.
  • Het verbeteren van methoden voor de objectieve beoordeling van de specifieke volumestroom bij oplevering van OBES, zodat duidelijk is wanneer een boorfirma kan stoppen met het ontwikkelen van de put.

Uitdaging

Het project start met een literatuurstudie naar het ontwikkelen van bronnen met hulpvloeistoffen en alternatieve mechanische ontwikkelmethoden. Vervolgens wordt op labschaal getest hoe sterk een bepaald werkingsmechanisme moet worden toegepast om een put goed te ontwikkelen. Dus bijvoorbeeld: hoeveel trillingen heb je nodig en hoe hard moeten die trillingen zijn? Of welk type of concentratie chemicaliën is het meest effectief? En welke combinatie werkt op labschaal het meest effectief? Vervolgens worden de ontwikkelde methoden ook in het veld getest. Daarbij willen we verifiëren of deze technieken ook daadwerkelijk in de praktijk geschikt zijn om de verstopping te verwijderen.

Oplossingen

Het project moet alternatieve chemische en mechanische methoden opleveren voor de gerichte ontwikkeling van bronnen. Daarnaast vindt validatie plaats van een methode waarmee kan worden beoordeeld of de maximale capaciteit van een specifieke put is bereikt.

Deel op