<p><img src="https://xolytics.nl/matomo/matomo.php?idsite=19&amp;rec=1" style="border:0;" alt="" /></p>
Nieuws

Kennis als brandstof voor de toekomst

Kennis als brandstof voor de toekomst

Ook al vraagt deelname aan TKI-projecten een behoorlijke toewijding van ondernemers, het kan goed uitpakken. Dat vindt Gé van den Eertwegh van bureau KnowH2O, medeonderzoeker en technologieleverancier in het onlangs afgeronde KLIMAP-project. “De kennis die in TKI-verband ontstaat, is brandstof voor de toekomst. Het zorgt ervoor dat we doelgerichter kunnen denken en werken.” Het doel van KLIMAP (KLIMaatAdaptatie in de Praktijk) was om met een breed consortium de nodige kennis, inzichten en ervaringen op te doen en te delen voor een klimaatbestendige inrichting van de hoge zandgronden in Zuid- en Oost-Nederland.

KLIMAP was het derde TKI-project waaraan Van den Eertwegh sinds 2013 deelnam. Zonder te twijfelen noemt hij de meerwaarde van dit samenwerkingsverband: kennisontwikkeling en partnerschap. “Wel moet ik dit soort projecten goed doseren. Eentje tegelijk is het maximum, omdat we als commerciële partner tegen lagere tarieven werken dan de kennispartners, en ook een in kind-bijdrage leveren. Maar het is de investering waard. We hebben kennis opgedaan en gedeeld op het vlak van technische maatregelen en transities in landgebruik en waterbeheer. Wat mij betreft kan de vlag in top!”

Handvatten

Ruud Bartholomeus, onderzoeker bij KWR en verbonden aan Wageningen Universiteit, schetst de urgentie om kennis te ontwikkelen voor een robuuste inrichting van het landschap en het watersysteem. “Deze inrichting en ons watergebruik passen niet meer bij het huidige klimaat, en zeker niet bij het klimaat van de toekomst”, waarschuwt hij. “We zien steeds meer problemen ontstaan en de waterbeschikbaarheid staat onder druk, zowel voor natuur, landbouw als drinkwater. Natuurlijk heeft KLIMAP niet het hele probleem opgelost. Maar het heeft wel handvatten geboden die beleidsmakers en waterbeheerders kunnen helpen in het al dan niet toepassen van maatregelen.”

Route- en menukaarten

Wat KLIMAP volgens Bartholomeus vooral interessant maakt, is deelname vanuit maar liefst drie TKI’s. Naast Watertechnologie waren ook Agri & Food en Deltatechnologie erbij betrokken. Bartholomeus: “Zo zie je hoe verschillende achtergronden uiteindelijk bijdragen aan de kennis die nodig is voor de watertransitie. Deze cross-over maakt het geheel sterker. In de kennisontwikkeling hebben we verschillende sporen gevolgd, zowel de technisch-inhoudelijke als de sociaalwetenschappelijke kant. En er zijn uiteenlopende instrumenten ontwikkeld. Zo maken routekaarten duidelijk welke stappen je kunt doorlopen in veranderprocessen. Met menukaarten gaan we in op het effect van bepaalde typen maatregelen. En we kijken welke maatregelen nou echt zoden aan de dijk zetten. Die maatregelen heb je nodig om regionaal te kunnen inzetten en een wezenlijke verandering te brengen in de zoetwaterbeschikbaarheid.”

Regelbare drainage met subirrigatie

Een van de technieken die met KLIMAP aan de tand is gevoeld, is de toepassing van regelbare drainage met subirrigatie op de zandgronden. Deze techniek koppelt traditionele drainagesystemen los van het watersysteem met de sloten, waardoor het water kan worden vastgehouden voor hogere grondwaterstanden en het bevochtigen van landbouwgrond. Daar bovenop wordt de mogelijkheid gecreëerd om juist water aan het systeem toe te voegen, zodat met een verhoogde grondwaterstand perioden van droogte zijn te overbruggen. Deze methodiek heet subirrigatie. Naast KLIMAP-partner Waterschap Vechtstromen, waar de methodiek binnen het project is toegepast en regionaal uitgewerkt, is men ook bij Waterschap Limburg de mogelijkheden hiervan al langer aan het onderzoeken. Karlijn Kessels, adviseur hydrologie bij dit waterschap, vertelt: “In het licht van klimaatverandering willen we weten of subirrigatie een goede maatregel is om uit te rollen. Daarom zijn er met KLIMAP vijf pilots bij ons uitgevoerd. Heel waardevol om op deze manier de samenwerking snel op de rails te krijgen. Agrariërs, onderzoekers, het bedrijfsleven: de hele cirkel van uiteenlopende mensen met hun eigen inbreng was compleet. Dat helpt om de volledige discussie te kunnen voeren.”

Grenzen opzoeken

Van den Eertwegh vertelt hoe KnowH2O heeft geholpen om de veldproeven op te tuigen en vervolgens de agrariërs te begeleiden in hun doen en laten op de proefpercelen. Hij vindt het een nuttige manier om de randvoorwaarden van subirrigatie in de vingers te krijgen. Zo wordt gaandeweg ontdekt waar de methodiek toepasbaar is en wat wel en niet werkt, ook op regionale schaal. “Idealiter zou er een vloeiende overgang moeten zijn van ’s winters water vasthouden naar ’s zomers doorstarten met subirrigatie”, zegt hij. “Ik was vooral benieuwd hoe nat de boeren het in de winter zouden laten worden, in aanloop naar het voorjaar. Want als je die grenzen niet wilt opzoeken, komen ze wel naar je toe. Het weer wordt steeds grilliger. De meerderheid van de boeren stond er positief in en heeft het systeem aangedurfd. Zij zochten de natte omstandigheden bewust op, ook al zorgde dit soms voor problemen.”

Subirrigatie omarmen

Of de boeren subirrigatie nu verder zullen omarmen, hangt van meerdere factoren af, denkt Van den Eertwegh. “Er is een zekere mate van intrinsieke motivatie nodig om zelfstandig door te gaan, want het systeem kost tijd en aandacht, net als een landbouwmachine. Daarnaast moet in de regio ook voldoende water beschikbaar zijn om bij droogte in het groeiseizoen te kunnen gebruiken. Door klimaatverandering staat die waterbeschikbaarheid steeds meer onder druk, zowel binnen de regio’s in Zuid- en Oost-Nederland als via de rivieren Vecht, Maas en Rijn. Daarnaast zijn er meerdere watergebruikers. De huidige trend van zowel drogere als nattere tijden zet zich volgens het KNMI versterkt door. In 2050 zouden we in een gemiddelde winter meer water hebben om vast te houden, het grondwater aan te vullen en/of te draineren. Tegelijk is dit overschot onvoldoende om het neerslagtekort in het daaropvolgend groeiseizoen te compenseren. Het is alle hens aan dek om met werkbare oplossingen te komen, en subirrigatie kan daar op geschikte locaties deel van uitmaken.”

Puzzelstukjes

Welk antwoord geven de pilots op de vraag in hoeverre subirrigatie kan voorzien in de waterbehoefte van de landbouw? Dat is niet 1-2-3 te zeggen, legt Kessels uit. “In de praktijk blijkt subirrigatie van meerdere factoren af te hangen. Factoren waar je geen invloed op hebt, zoals bodemgesteldheid. Maar ook factoren waar je wel op kunt sturen, zoals het peilbeheer of de omvang van het gebied waarin je het wilt toepassen. KLIMAP heeft ons puzzelstukjes aangereikt waarmee we nu verder kunnen. In de afgelopen jaren stak droogte regelmatig de kop op. We kunnen dan terugvallen op maatregelen zoals stuwen omhoog zetten of onttrekkingsverboden afkondigen. Nu is de fase aangebroken waarin we als waterschap verder willen gaan dan dat. Niet een paar postzegels uitkiezen en daar inzetten op een betere waterbeschikbaarheid. Maar doorschakelen naar een gebiedsgerichte aanpak, zodat we de hoogste efficiëntie uit het water halen. Subirrigatie past daar goed in. Ook al kun je deze methode niet overal toepassen, we zien dat het voor sommige gebieden een robuuste oplossing kan zijn om actief te sturen op de grondwaterstand. Vervolgens moeten we de stap maken om alle vergaarde kennis en ervaringen op een goede manier in te zetten voor verdere implementatie in ons beheergebied en te kijken welke beleidskaders daarbij passen. Dat is nog best een ingewikkelde opgave.”

Complexe opgave

Voor Bartholomeus betekent de afronding van KLIMAP dat hiermee duidelijk is geworden wat er komt kijken bij een complexe opgave als de watertransitie. “Zo’n omwenteling zet je niet met één expertise op”, zegt hij. “Je moet het vanuit verschillende invalshoeken aanvliegen: technisch-inhoudelijk en sociaalwetenschappelijk. In de praktijk hebben we eraan kunnen proeven hoe lastig dit kan zijn. Het ging om ‘samen leren’, zo was het ook ingestoken. En daar is tijd voor nodig, al kan dat best frustrerend zijn. Hoe we op grond van deze resultaten kunnen doorpakken, is nog behoorlijk ingewikkeld. Er is een veranderproces gaande, vanuit de kenniskant moet je daarop blijven inspelen. Je kunt niet zeggen: we hebben het technisch-inhoudelijk voor elkaar. Wat daar ook bij hoort, is dat je het tussen de oren krijgt bij beleidsmakers. Binnen KWR doen we dat steeds beter, door de samenkomst van gamma en bètawetenschappen. Een belangrijke rol van TKI is om die kennis niet fundamenteel te houden, maar echt toegepast te maken. En dat is met KLIMAP als leerproces goed gelukt.”

Samenwerkingspartners

Het project KLIMAP kwam tot stand met de volgende samenwerkingspartners: Barth Drainage B.V., Deltares, KnowH2O, Kuipers Electronic Engineering, KWR Water B.V., LLTB, Louis Bolk instituut, Provincie Gelderland, Provincie Limburg, Provincie Noord-Brabant, Radboud Universiteit, STOWA, Van den Borne Projecten, Wageningen Environmental Research, Wageningen Livestock Research, Wageningen Universiteit, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel, Waterschap Limburg, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Vechtstromen.

Contactpersonen

Inhoudelijk expert
Inhoudelijk expert en technologieleverancier
Deel op

Gerelateerde content bij dit project

Klimaatadaptatie in de praktijk (KLIMAP)
ProjectLopend(Afval)waterhergebruik en resource recovery

Klimaatadaptatie in de praktijk (KLIMAP)

In het 4,5 jaar durend project KLIMAP kijkt een consortium van 24 partijen welke maatregelen kunnen bijdragen én welk gezamenlijk…
Bekijk project