Huishoudelijk afvalwater gescheiden inzamelen in een rioolstelsel met een kleinere diameter biedt voordelen en is niet duurder

Een rioolsysteem met een kleinere diameter (110-160 mm) om uitsluitend huishoudelijk afvalwater af te voeren zal  niet duurder in onderhoud zijn dan een systeem met de conventionele diameter van 250 mm. De aanleg is zelfs goedkoper. Hydraulisch is een dergelijk systeem bovendien beter in staat om onder vrij verval objecten effectief af te voeren, zoals in een proefinstallatie is aangetoond. In de praktijk zal het verschil in diameter de kans op verkeerde verbindingen tussen de aparte afvoerstelsels voor huishoudelijk afvalwater en regenwater sterk beperken. Dat blijkt uit een project dat is uitgevoerd door Waternet, Wavin en KWR Watercycle Research Institute.

Regenwater en huishoudelijk afvalwater komen in het grootste deel van Nederland samen terecht in één rioolstelsel. Dat stelsel is vooral ontworpen op afvoer van regenwater en de mogelijkheden voor inspectie en schoonmaken: het heeft dus een relatief grote diameter (250 mm of meer). Regenwater en huishoudelijk afvalwater gescheiden verzamelen biedt voordelen: zware pieken in regenval leiden dan niet meer tot vuil rioolwater in de straat en huishoudelijk afvalwater (eventueel zelfs met bijgemengd vermalen keukenafval) komt geconcentreerder bij de zuivering aan, waardoor het gemakkelijker is grondstoffen en energie terug te winnen. In de praktijk wordt dit gescheiden stelsel ontworpen als twee min of meer identieke systemen, waarvan de één het regenwater en de ander het huishoudelijk afvalwater inzamelt en transporteert. Onderzocht is of het zonder extra kosten mogelijk is om voor het huishoudelijk afvalwater een alternatief inzamelingstelsel aan te leggen onder vrij verval met een kleinere diameter. Door het verschil in diameter vermindert dan bovendien de kans op verkeerde aansluitingen.

Door het model voor drinkwaterverbruik SIMDEUM uit te breiden met een extra module zijn realistische lozingspatronen voor afvalwaterproductie gemaakt. Daarmee is gerekend aan een model met leidingen met diameters tussen 100 en 160 mm voor een wijk met 2500 inwoners. De uitkomsten zijn vergeleken met die voor het oorspronkelijke model met leidingen met een diameter van 250 mm. Het kleinere model presteert hydraulisch minimaal net zo goed als het originele model, uit literatuur en experimenten blijkt bovendien dat in een stelsel met een kleinere diameter achter grote objecten een ‘waterdam’ ontstaat waardoor ze sneller worden getransporteerd. De opbouw van deze ‘waterdam’ treedt bij grotere diameters niet op, omdat het water langs het object kan stromen. De kosten voor onderhoud van een stelsel met kleinere diameters zijn gelijk of lager dan die van een conventioneel stelsel; de investeringskosten zijn lager. Er staan nu drie proefprojecten met echt rioolwater op de planning en mogelijk volgen er meer:

  • In Green Village (TU/Delft) komt een relatief kort stuk riolering met een diameter rond 110 mm om een aantal studentenflats en een horecagelegenheid aan te sluiten;
  • In een buitengebied in Zundert moet een drukriolering worden vervangen, hier is voorgesteld een klein riool onder vrij verval aan te leggen;
  • In Harmelen is al ruim 40 jaar een stuk riolering met een kleine diameter (rond 160) in gebruik. Hier zal de ervaring systematisch worden geïnventariseerd.

Naar andere geschikte locaties wordt nog steeds gezocht en ideeën zijn hiervoor altijd welkom.

Lees meer over dit project op de website.